Vergrijzing, dé uitdaging van de 21e eeuw?

donderdag, 30 juli, 2020

Wist je dat ongeveer 1/5 van de Vlamingen ouder is dan 65 jaar? Experts stellen dat het aandeel ouderen in onze samenleving de komende jaren alleen maar zal stijgen. Zo voorspelt men dat in het komende decennia het aantal 65-plussers zal toenemen tot ongeveer een kwart van de totale bevolking in 2040. Dat de vergrijzing uitdagingen met zich meebrengt, valt niet te ontkennen. De vraag naar zorg neemt toe evenals de druk op de repartie, het systeem dat het wettelijk pensioen regelt via de sociale bijdragen van de actieve bevolking. Maar is er dan helemaal niets positief uit deze maatschappelijke tendens te trekken? Is vergrijzing een probleem dat enkel Vlaanderen treft? Welke uitdagingen brengt het fenomeen met zich mee? En welke oplossingen zijn er voorhanden? 

Hoe is vergrijzing onstaan? 

Men spreekt van vergrijzing wanneer het aandeel ouderen in de totale bevolking dusdanig toeneemt dat de gemiddelde leeftijd van de populatie stijgt. Het is een demografische, maatschappelijke evolutie en gaat veelal gepaard met een periode van ‘ontgroening’, waarbij het aandeel jongeren afneemt als gevolg van een verlaagd geboortecijfer binnen een gemeenschap. Vergrijzing duidt dus op een verandering in de bevolkingssamenstelling en wordt zichtbaar in de vorm van een bevolkingspiramide (zie afbeelding 1).
 

Niet alleen België, maar zo goed als elk Westers land krijgt de komende 30 jaar te maken met vergrijzing. Een combinatie van factoren ligt hier aan de grondslag. 

Velen zien de geboortegolf – de ‘babyboom’ - vlak na de Tweede Wereldoorlog, waarin relatief veel kinderen geboren werden, en de daaropvolgende periode van ontgroening in de jaren 60 en 70 door de opkomst van contraceptiva als één van de belangrijkste oorzaken van de huidige vergrijzing.

Niettemin liggen ook andere, meer structurele veranderingen aan de grondslag van de vergrijzing. Door verbeteringen op vlak van medische zorg, algemene hygiëne, levensomstandigheden en -middelen is de levensverwachting van de bevolking fors gestegen. Steeds meer mensen worden steeds ouder. Tegenwoordig is het niet meer uitzonderlijk dat iemand de gezegende leeftijd van 100 haalt. Zo is de gemiddelde levensduur van een man tussen 1950 en 2019 toegenomen van 70,3 tot 79,6 jaar. Bij vrouwen gaat het over een stijging van 72,6 tot 84 jaar. Deze stijging zien wetenschappers verder doorzetten in de toekomst, met als gevolg dat - in combinatie met een verdere dalende geboortecijfer - de verhouding jongeren-ouderen steeds meer uit balans geraakt en vergrijzing verder uitdijt. 

Regionale verschillen

De vergrijzing van de bevolking vertoont opvallende regionale verschillen. Uit cijfers van de Studiedienst van de Vlaamse Regering, blijkt dat de bevolking lang niet in elke gemeente even snel vergrijst. In Vlaanderen, waar de vergrijzing het sterkst toeneemt, is het aandeel ouderen het laagst in de ‘Vlaamse Ruit’. Zo zijn senioren het minst vertegenwoordigd in Gent, Antwerpen en (de rand van) Brussel. Kustgemeenten als Koksijde, Knokke-Heist, Nieuwpoort en Middelkerke tellen het meeste aantal 65-plussers (> 40%) en vergrijzen het snelst. Ook in de Noorderkempen en in Limburg is een forse stijging van het aantal senioren te zien. 

Gevolgen van de vergrijzing

Dat deze belangrijke demografische verschuivingen heel wat aspecten van ons dagelijkse leven beïnvloeden en maatschappelijke gevolgen hebben voor alle lagen van de bevolking, is onmiskenbaar. De consequenties situeren zich voornamelijk op sociaal-economisch vlak. De vergrijzing zal de nood aan extra financiële middelen, sociale bijstand, aangepaste gezondheidszorg en voorzieningen van openbaar nut alleen maar versterken. 

Een logisch gevolg van de toenemende vergrijzing, is dat er een steeds grotere groep uit de arbeidsmarkt verdwijnt. Om de pensioens- en andere sociale uitkeringen van de groeiende groep niet-beroepsactieven te garanderen, dienen de inkomsten uit de sociale bijdragen en de belastingen te stijgen. Met een nog grotere vergrijzing in het vooruitzicht, inclusief een groeiende uitval van de oudere generatie op de arbeidsmarkt, wordt het echter moeilijker om deze kost te blijven financiëren. De vergrijzing en verzilvering (= toenemend aandeel oudste ouderen binnen het segment van de oudere bevolking) zal bovendien leiden tot een toenemende vraag naar meer aangepaste kwalitatieve zorg en voorzieningen, zoals serviceflats of bejaardentehuizen. Ook dit zijn bijkomende kosten voor de maatschappij. 

Het is duidelijk dat budgettaire ingrepen nodig zijn om toekomstige uitdagingen aan te pakken. Indien deze er niet komen, kan de vergrijzing een negatieve invloed hebben op de algemene economische groei. De financiële middelen die worden ingezet om de vergrijzingskosten te betalen, beperken uiteindelijk de belastingen-inkomsten voor de overheid en maken dat er minder ruimte overblijft voor andere consumpties. Dit heeft als gevolg dat de economie onder druk komt te staan. Door de eerder sombere economische vooruitzichten zijn jongere, zwaarder belaste generaties minder geneigd om aan kinderen te beginnen. Een vicieuze cirkel ontstaat waarbij een bevolkingsdaling en toenemende vergrijzing doorzet. 

Mogelijke oplossingen

De overheid kan ervoor kiezen om de gevolgen van de vergrijzing op te vangen door extra inkomsten te vergaren door de arbeidsduur te verlengen, in te boeten op de pensioenen of door belastingen en sociale lasten te verhogen. Dit is echter geen duurzame oplossing en kan voor sociale onrust zorgen.

Binnen de vegrijzingsdiscussie leeft er een pleidooi om de zogenaamde 2de pensioenpijler te versterken. Deze pijler is niet gebaseerd op solidariteit tussen generaties, maar op het verzekeringsprincipe. De tweede pijler wordt gefinancieerd door bijdragen van werknemers en werkgevers tijdens de actieve loopbaan. De ‘groepsverzekering’ is hier een gekend voorbeeld van. Met dit aanvullend pensioen, wordt de koopkracht van de gepensioneerde verhoogd. Critici wijzen er op dat dit leidt tot meer inkomensongelijkheid bij de oudere bevolking. 

Heel wat landen trachten met behulp van subsidies, zoals een (verhoogde) kinderbijslag, jongere generaties te stimuleren een gezin te stichten om zo de verlaagde geboortecijfers op te krikken en het probleem enigszins op te vangen. Andere gemeenschappen proberen dan weer financiële tekorten op te vangen door arbeidsmigratie en immigratie te stimuleren. Ook deze oplossing brengt slechts tijdelijk soelaas, mits immigrante inwoners evenzeer vergrijzen.

Het positieve verhaal van de vergrijzing 

Het is waar, de vergrijzing brengt uitdagingen met zich mee. Maar er zitten ook positieve kanten aan het verhaal. De vergrijzing laat zien welke opmerkelijke vooruitgangen er door de maatschappij zijn geboekt op vlak van geneeskunde en algemene levensomstandigheden. Door de stijgende levensverwachtingen ontstaat een enorm vermogen aan kennis, ervaring en ‘knowhow’. Veel ouderen zetten zich in als vrijwilliger, mantelzorger en oppas voor kleinkinderen. Senioren zijn dus waardevolle burgers en spelen een belangrijke rol voor de kennisoverdracht en ervaringsopbouw bij andere, jongere generaties binnen een gemeenschap. Laten we vooral niet vergeten dat een vergrijsde maatschappij ook eentje is om trots op te zijn en ze symbool staat voor emancipatie, innovatie, welvaart en keuzevrijheid. 

ga terug