Engerlingen zijn de larven van een bepaalde keverfamilie, de “bladsprietigen”. De larve dankt zijn naam aan de platte bladeren aan de eindleden van hun ‘sprieten’. De Hoplias sp. veroorzaakt de meeste problemen op de gazons in Vlaanderen. Ook het rozenkevertje en de junikever duiken steeds vaker op. In de maanden mei en juni vliegen de volwassen kevers in grote aantallen uit het gras. Ze hebben dan net hun eitjes gelegd, die na een drietal weken uitkomen. Eerst voeden de larven zich met afgestorven plantenresten, maar na verloop van tijd storten ze zich op de plantenwortels.
De larven van de kevers vreten de graswortels af tot vlak onder het groeipunt, waardoor de grasmat loskomt van de ondergrond. Op die manier kan het gras geen voldoende mineralen opnemen bij verminderde regenval, met verdroging als gevolg. De echte schade wordt pas zichtbaar in de vroege herfst, wanneer de larven al sterk gegroeid zijn. In de winter duiken de engerlingen diep de grond in om in het voorjaar weer op te duiken. Verder zijn merels en kraaiachtigen verzot op engerlingen, waardoor het gras nog meer schade kan oplopen.
Het is aangeraden een gazon twee keer per jaar te behandelen om de engerlingen te bestrijden. De eerste keer rond 15-20 april, wanneer de nieuwe kevers tevoorschijn komen. Tussen half augustus en half september moeten de engerlingen een 2e keer bestreden worden. Op die manier sterven de jonge larfjes voordat ze zich verder kunnen ontwikkelen. Deze methode van bestrijding voer je best drie jaar na elkaar uit. Het gazon voldoende water en mest geven, zodat het gras zo ‘gezond’ mogelijk blijft, is ook een must.
