RegistrerenAanmelden

Vijf volkswijsheden over sport en vermageren getest op hun waarheid

Over weinig gezondheidsthema’s doen zo veel fabels, mythes en overdrijvingen de ronde als over de relatie tussen sporten en vermageren. “Voldoende beweging is een absolute voorwaarde om je fit en gezond te voelen. Maar wie kilo’s wil verliezen, moet in de eerste plaats zijn eetpatroon veranderen”, zegt Johan Roeykens van S.P.O.R.T.S, het sportmedisch centrum van het UZA.

“Ik ga elke week fitnessen,
dus mag ik eten wat ik wil”

FOUT

Dat is een hardnekkig misverstand. Via onze voeding nemen we heel makkelijk energie op in de vorm van koolhydraten (suiker), vetten en eiwitten. Maar ons lichaam springt doorgaans spaarzaam om met het verbranden van die energie.
Iedereen kan dat makkelijk voor zichzelf uitrekenen. Neem bijvoorbeeld een populaire sportactiviteit als joggen. Als algemene stelregel geldt dat je op n kilometer joggen ongeveer n kcal per kilogram lichaamsgewicht verbruikt. Iemand van 70 kilogram verbrandt dus 70 kcal per afgelegde kilometer.
Een doorsnee fastfoodmaaltijd die bestaat uit een stevige hamburger, frieten, mayonaise en een cola stemt ongeveer overeen met 1.100 kcal. Om dat allemaal weer te verbranden moet je dus in theorie meer dan 15 kilometer joggen. Dat klinkt misschien wat demotiverend. Maar feit is dat mensen die beginnen te bewegen – maakt niet uit of dat fitnessen of wandelen is – haast vanzelf op hun voeding beginnen te letten. Sporten werkt dus motiverend en is vaak een voorwaarde om te vermageren.

 

“Hoe meer overgewicht ik tors,
hoe sneller de kilo’s er (kunnen) af vliegen”

JUIST

Hoe zwaarder je bent, hoe meer energie je verbruikt voor inspanningen waarbij je lichaam de zwaartekracht moet overwinnen, zoals stappen, lopen, aerobic. Zwaarlijvige mensen die met zo’n bewegingsprogramma starten zien de eerste kilo’s meestal vlot verdwijnen. Nu en dan wat wandelen volstaat vaak al. Op voorwaarde natuurlijk dat ze niet méér beginnen te eten. De volgende kilo’s zijn een stuk taaier. Toch bestaan er vrij grote individuele verschillen. De mate waarin we bijkomen of afvallen wordt bepaald door onze energiebalans. Dat is de deels aangeboren verhouding tussen energieopname en energieverbruik. Zo zijn er personen die zelfs in rust veel energie verbranden. Zij kunnen haast voortdurend eten zonder bij te komen.
Maar mensen van wie het metabolisme van nature heel efficiënt met energie omspringt, moeten altijd uitkijken met wat ze eten.

“Ik loop/fiets sneller,
dus val ik ook sneller af”

FOUT

Als je tijdens het sporten buiten adem bent, ben je op een zogenaamd anarobe manier aan het trainen. Dat betekent dat je spieren bij gebrek aan zuurstof alleen de onmiddellijke energie-reserve, die in de spier aanwezig is, kan verbranden. Korte anarobe trainingen verhogen het prestatieniveau, maar hebben weinig of geen invloed op de vetverbranding.
Om vet te verbranden, hebben je spieren zuurstof nodig. En dat bereik je het best door op een rustig tempo te zwemmen, te fietsen, te roeien… als je het maar lang kunt volhouden. Ideaal is als ons lichaam tijdens de inspanning precies evenveel zuurstof verbruikt als het opneemt. Een goede graadmeter is dat je gewoon kunt blijven praten tijdens de inspanning. In dat geval spreken we van een arobe training. Je hoeft dus helemaal niet als een gek beginnen te sporten. Een paar weken met de rugzak rondtrekken in de bergen is vaak al genoeg om vijf kilogram gewicht te verliezen en je algemene conditie spectaculair te verbeteren.

 

“Als ik stop met sporten,
kom ik nog meer bij dan ervoor”

FOUT

Dat lijkt misschien zo omdat heel wat topatleten, vooral uit duursporten als zwemmen en fietsen, het na hun carrire moeilijk hebben om op gewicht te blijven. Maar dat heeft te maken met het feit dat die mensen hun voedingspatroon vaak onvoldoende aanpassen nadat ze met topsport zijn gestopt. Een wielrenner verbruikt in de Tour makkelijk 6.000 kcal per dag. Dat zijn twee tafels vol voedsel. Hij moet dus haast de hele dag door eten om zijn reserves aan te vullen. Maar eten prikkelt ook het genotscentrum in de hersenen, waardoor veel sporters in de eerste jaren na hun carrire voortdurend trek hebben.

“Als ik train met een dikke pull,
versnel ik de vetverbranding”

FOUT

Van elke 100 kcal die we verbruiken tijdens het sporten, gaat ongeveer 75% verloren onder de vorm van warmte. Hooguit 25% wordt omgezet in mechanische arbeid. Als we ons te warm induffelen, bemoeilijken we de warmteafgifte en beginnen we meer te zweten. De extra energie die we daarvoor nodig hebben, gaat ten koste van onze sportprestaties, maar heeft geen of zelfs een negatieve invloed op de vetverbranding.
Boksers en judoka’s passen die methode wel eens toe om in de dagen en uren voor de weging een paar liter vocht te verliezen zodat ze in een lagere gewichtscategorie kunnen uitkomen. Maar dat gewichtsverlies is heel tijdelijk. Bovendien is het een bijzonder ongezonde praktijk, die risico’s inhoudt op uitdroging en zelfs tot een levensbedreigende hitteslag van het lichaam kan leiden.

 

(Bron: Gazet van Antwerpen)

Tags: , , , , , .

Jouw mening Geef nu je mening

  1. Dik of dun : er wordt te weinig rekening gehouden met
    je genen. Als je mager bent van gestel kun je eten wat
    je wilt, Ben je dik van aard, is er weinig aan te doen, of
    je moet heel ,je leven vasten.
    Persoonlijk ben ik steeds zeer mager, maar dat heb ik
    nooit plezant gevonden. Ga maar eens zwemmen met
    een mager lijf, iedereen lacht je uit.

    Ongepast?

Geef je mening

Je moet inloggen om een reactie te kunnen plaatsen.