Tak 21 en Tak 23 zijn geen adresjes op Wellington Road in het fiscale paradijs Hong Kong. Voor het zwarte geld dat nog niet naar dit soort bestemmingen versast werd, zijn tak 21 en tak 23 producten nog veilige binnenlandse vluchtheuvels.
De BBI waarschuwt dat deze voor de fiscus naamloos blijvende beleggingen “een blinde vlek” zijn en dat de wantrouwige Belg er met hulp van zijn bank volop gebruik van maakt om zijn appels voor de dorst te parkeren. Samen met het fiscaal vrijgestelde spaarboekje – ook razend populair – zijn dit zowat de enige producten die vanaf dit inkomstenjaar (AJ 2013 dus) niet moeten aangegeven worden aan de fiscus.
Tak 21 beleggingen zijn levensverzekeringen (ook spaarverzekering genoemd) met gewaarborgd rendement; tak 23 beleggingen zijn eveneens levensverzekeringen maar dan gekoppeld aan een beleggingsfonds. Op tak 21 beleggingen zijn gewaarborgde rendementen tot 2,75 procent te krijgen.
Tienduizenden gevallen
Er wordt momenteel op grote schaal (zwart) geld in die producten gepompt, zegt BBI-directeur Karel Anthonissen (foto) in De Tijd. “Het is een zeer dunne structuur – niet meer dan een polisnummer – waarachter mensen hun zwart geld kunnen verbergen. Ze blijven onder de radar. Ze moeten alleen geduld oefenen tot de fiscale verjaringstermijn van zeven jaar is verstreken”. Volgens de BBI-baas gaat het om tienduizenden gevallen.
De reden voor de (her)ontdekking van deze vluchtroute is het gesleutel aan de fiscaliteit voor roerende inkomsten en in het bijzonder de aangifteplicht voor zowat alle roerende inkomsten.
Dividenden van aandelen waarop 25 procent rv wordt afghouden ontsnappen niet aan de aangifteplicht. Voor inkomsten uit kasbons, termijnrekeningen, obligaties en staatsbons die belast worden aan 21 procent kun je aan de aangifteplicht ontsnappen door meteen de 4 procent extra rv of ‘rijkentaks’ te betalen.
0 % rv
Niet alleen moet je die tak 21 en tak 23 beleggingen niet aangeven (en tellen ze niet mee voor de bepaling van de grensbedrag van 20.020 € aan roerende inkomsten waarboven je 4 procent extra rv betaalt). De opbrengst van deze beleggingen is ook nog eens vrijgesteld van roerende voorheffing (als ze een langere looptijd hebben dan 8 jaar of een overlijdensdekking bieden van 130 procent, wat systematisch het geval is).
Vive le Luxembourg!
Vooral buitenlandse – lees Luxemburgse – spaarverzekeringen zijn populair. Die waren dat al zo’n 25 jaar geleden, en ze beginnen aan een revival. In tegenstelling tot wat voor buitenlandse gewone rekeningen het geval is, moet je een buitenlandse spaarverzekering niet eens melden in je belastingaangifte.
De BBI zou willen dat staatssecretaris voor de fraudebestrijding John Crombez dit aanpast en in de belastingaangifte niet alleen laat vragen of iemand een buitenlandse rekening heeft, maar dat ook de vraag gesteld wordt naar andere financiële structuren zoals spaarverzekeringen.
Lees ook: Cash heeft zin zelfs bij ultralage spaarrentes
Risicoloze alternatieven voor spaarboekje zijn op
Belgen sparen zich suf ondanks lage opbrengst
Lees over de hervorming van de fiscaliteit op roerende inkomsten:
Aandelenbeleggers jaarlijks tot 750 euro kwijt, spaarder nog in grote onzekerheid
Voorheffing van 25 procent voor iedereen? PS houdt boot (nog) af























L – 6 september 2012 om 15u55
Moet je zeker doen als je de helft van je geld kwijt wil. Rendement in 12 jaar : -1 % zonder dan nog verlies door inflatie.
Ongepast?